Keurmerken in aanbestedingen

Aanbestedende diensten: publieke sector

Aanbestedende diensten zijn o.a.: het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen en zogenaamde publiekrechtelijke instellingen.

Indien de waarde van een opdracht tot levering van diensten of producten een bepaalde drempelwaarde overschrijdt (€ 211.000 bij lagere overheden en € 137.000 bij de opdrachten van het Rijk) moet deze Europees aanbesteed worden. Het Besluit aanbestedingsregels overheidsopdrachten (‘Bao’) is dan van toepassing. Bij het voorschrijven van Groenkeur moet de aanbesteder dan artikel 50 Bao toepassen.

Aanbestedende diensten: nutssector

Naast de hierboven genoemde opdrachtgevers moeten ook verschillende  nutsbedrijven de Europese aanbestedingsregels toepassen. De drempelwaarden voor toepassing zijn echter hoger. Opdrachten voor de levering van diensten en goederen moeten Europees aanbesteed worden indien de waarde ervan de drempelwaarde van € 422.000 overschrijdt. Het Besluit aanbestedingsregels speciale sectoren (‘Bass’) is dan van toepassing. Bij het voorschrijven van Groenkeur moet de aanbesteder dan artikel 53 Bass toepassen.

Bepalingen

Op grond van bepalingen uit artikel 50 Bao, resp. 53 Bass mag een keurmerk als Groenkeur door een aanbestedende dienst worden voorgeschreven indien:

  • de kwaliteitsbewakingregeling waarnaar verwezen wordt op een Europese normenreeks is gebaseerd en;
  • is gecertificeerd door een instantie die zélf voldoet aan de Europese normenreeks voor certificering.

Groenkeur certificeert niet zelf, maar heeft contracten afgesloten met zes nationale certificerende instellingen: ECAS,  Kiwa, SKW Certificatie, C+ certificering en TUV. Deze instellingen werken in overeenstemming met de regels van de Europese normenreeks voor certificering en in overeenstemming met de regels van de nationale accrediterende organisatie RvA (in Europa 45000/ISO 17000 normenserie).
De vereisten in de BRL van Groenkeur zijn voor een groot deel gebaseerd op de vereisten voor een ISO-certificaat, aangevuld met vakspecifieke eisen (omtrent o.a. milieu en vakinhoudelijk geschoold personeel). Voor vakspecifieke eisen is de considerans van de Richtlijn Overheden nog relevant.

Bij Europees aanbesteden kan een keurmerk niet exclusief gevraagd worden. Gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties dienen te worden erkend. Hetzelfde geldt voor bewijzen waarmee de inschrijver aantoont dat zijn producten of diensten voldoen aan de gestelde eisen. Dit geldt in feite voor alle keurmerken, erkenningsregelingen en systeemcertificaten, waaronder ook o.a. ISO en VCA.
De aanbesteder is niet verplicht om toelating van alternatieven te benoemen in bestekken, maar wel om deze toe te laten. Gezien het feit dat Groenkeur nog niet op gelijke wijze maatschappelijk breed geaccepteerd is als ISO en VCA, wordt aangeraden hier wel alternatieven voor toelating te benoemen. Bij benoeming kan de aanbesteder sturen op de acceptatie van bewijslast. Het is aan te raden de vorm van geaccepteerde bewijsvoering te beschrijven. Hiermee wordt voorkomen dat een inschrijver een eigen of niet verifieerbare verklaring afgeeft, hetgeen de voortgang van het aanbestedingsproces kan verstoren.

Mededingingsrecht

Voor (nuts)bedrijven is artikel 81.1 en 81.3 van het EG-verdrag van belang, evenals Richtsnoeren Samenwerkende Ondernemingen, artikel 4.3. Ondanks dat Bao, respectievelijk Bass bepalend zijn voor aanbestedende diensten staan we hier toch bij stil.

Artikel 81.1 van het EG-verdrag ziet erop toe dat de vrije mededinging tussen lidstaten niet mag worden verhinderd, beperkt of vervalst. De strekking van het artikel is gelijkluidend aan de Mededingingswet dat kartelvorming verbiedt, met als extra toevoeging dat de interstatelijke handel niet mag worden beïnvloed. 
Ook hier geldt dat gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties dienen te worden erkend, evenals bewijzen waarmee de inschrijver aantoont dat zijn producten of diensten voldoen aan de gestelde eisen.

Het doel van Stichting Groenkeur is de bevordering en bewaking van het vakmanschap en de kwaliteit van opgeleverd werk in de groene sector. Dit levert in principe geen verhindering, beperking of vervalsing van de concurrentie op. Het keurmerk is zuiver gezien een hulpmiddel voor kwaliteitsnormering, dat ondersteunend is aan het doel van Stichting Groenkeur. Het dient als maatstaf voor aanbesteders en inschrijvers en niet als doel op zich.

Deze bevinding komt terug in artikel 15 van de Mededingingswet dat toestaat om verbeteringen, technische en economische vooruitgang ten goede te laten komen aan gebruikers. Het nadrukkelijke doel van Groenkeur is om gebruikers/opdrachtgevers te verzekeren van een actuele waarborg voor de dienstverlening.

Keurmerken worden in Richtsnoeren Samenwerkende Ondernemingen, d.d. 8 april 2005 aangemerkt als erkenningsregeling. Dergelijke regelingen worden door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) in beginsel positief beoordeeld. Hierin zijn criteria geformuleerd die gelden als maatstaf.

Samengevat geldt het volgende voor een keurmerk/erkenningsregeling:

  • Elk bedrijf moet lid kunnen worden
  • Er moeten objectieve eisen gesteld worden (non-discriminatie)
  • De eisen moeten vooraf duidelijk zijn, de regelgeving moet transparant zijn
  • Er dient een onafhankelijke beslissing te zijn over toelating

Groenkeur voldoet aan deze regels. Alle groenbedrijven die staan ingeschreven bij het Productschap Tuinbouw (PT) kunnen zich certificeren voor Groenkeur. Inschrijving bij PT is een eis van de KvK voor aannemen van werken in openbaar groen. Uitsluitend meetbare eisen worden opgenomen in de beoordelingsrichtlijnen (BRL), dat geldt ook voor persoonsgebonden vakdiploma’s. Alle beoordelingsrichtlijnen zijn openbaar, ze zijn vrij te downloaden op deze website. De controle op de naleving van beoordelingsrichtlijnen is in handen van certificerende instellingen. Hiermee is gewaarborgd dat Groenkeur geen enkele invloed heeft op de uitkomst van een keuring (audit).
Meer informatie over openbaar aanbesteden vindt u op www.aanbesteden.ez.nl

Relevante wetgeving

  • Bao, artikel 50 Kwaliteitsnormen/Richtlijn overheden, artikel 49
  • Bass, artikel 53, Richtlijn Speciale Sectoren artikel 52
  • Considerans van Richtlijn Overheden, overweging 29

Overige wetgeving

  • EG-verdrag, artikel 81.1 en Mededingingswet, artikel 6
  • EG-verdrag, artikel 81.3 en Mededingingswet, artikel 15
  • Richtsnoeren Samenwerkende Ondernemingen, artikel 4.3 Erkenningsregelingen, nr. 79-94

Art. Bao: Kwaliteitsnormen

  1. Indien een aanbestedende dienst de overlegging verlangt van door onafhankelijke instanties opgestelde verklaringen dat de ondernemer aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, verwijst hij naar kwaliteitsbewakingregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering.
  2. Een aanbestedende dienst erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde instanties. Een aanbestedende dienst aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking van ondernemers.

Bass, artikel 53

  1. Wanneer een aanbestedende dienst de deelnemers aan een niet-openbare procedure of procedure van gunning door onderhandelingen kiest, over erkenning een beslissing neemt of de erkenningscriteria en de regeling voor de erkenning van ondernemers herziet, eist hij geen bewijzen die een doublure zouden vormen met reeds beschikbare objectieve bewijzen.
  2. Wanneer een aanbestedende dienst de overlegging verlangt van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, verwijst hij naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering.
  3. Een aanbestedende dienst erkent gelijkwaardige verklaringen van in andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde instanties. Een aanbestedende dienst aanvaardt ook andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking van ondernemers.
  4. Voor opdrachten voor werken of opdrachten voor diensten, kan een aanbestedende dienst, teneinde de technische bekwaamheid van de ondernemer te verifiëren, de vermelding eisen van de maatregelen inzake milieubeheer die de ondernemer kan toepassen in het kader van de uitvoering van de opdracht.
  5. Wanneer een aanbestedende dienst de overlegging verlangt van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde normen inzake milieubeheer als bedoeld in het vierde lid voldoet, verwijst hij naar het communautair milieubeheer- en milieu-auditsysteem of naar normen inzake milieubeheer die gebaseerd zijn op Europese of internationale normen die gecertificeerd zijn door een erkende organisatie of door een organisatie die beantwoordt aan de relevante Europese of internationale normen voor certificatie.
  6. Een aanbestedende dienst erkent in het geval, bedoeld in het vijfde lid, gelijkwaardige verklaringen van in andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde instanties. Een aanbestedende dienst aanvaardt tevens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van milieubeheer die de ondernemers overleggen.

Considerans van Richtlijn Overheden, overweging 20

“Aanbestedende diensten die in de technische specificatie van een bepaalde opdracht milieueisen wensen op te nemen, kunnen de milieukenmerken, zoals een bepaalde productiemethode, en/of het milieueffect van specifieke productgroepen of –diensten voorschrijven. Zij kunnen, zonder dat daartoe een verplichting bestaat, de passende specificaties gebruiken die zijn omschreven in milieukeuren, zoals de Europese milieukeur, (pluri)nationale milieukeuren of een andere milieukeur indien de vereisten voor de keur zijn ontwikkeld en aangenomen op grond van wetenschappelijke gegevens via een proces waaraan de betrokkenen, zoals de regeringsinstanties, consumenten, fabrikanten, kleinhandel en milieuorganisaties, kunnen deelnemen en indien de keur toegankelijk en beschikbaar is voor alle betrokken partijen.”

Artikel 6 van de Mededingingswet (kartelverbod)

  1. Verboden zijn overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst.
  2. De krachtens het eerste lid verboden overeenkomsten en besluiten zijn van rechtswege nietig.

EG-verdrag, artikel 81.3 (gelijke uitzondering als artikel 15 Mededingingswet)

“verbetering van de […….] technische en economische vooruitgang mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt [….]”

Richtsnoeren Samenwerkende Ondernemingen, Artikel 4.3, nr. 88

“Om onrechtvaardige uitsluiting te voorkomen en te waarborgen dat eenieder die aan de eisen van de erkenningsregeling voldoet, kan deelnemen aan deze regeling, moet de erkenningsregeling voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • de erkenningsregeling dient een open karakter te hebben;
  • de eisen die de erkenningsregeling stelt, moeten objectief, niet discriminerend en vóóraf duidelijk zijn;
  • de (toelatings)procedure voor erkenning moet transparant zijn; en
  • de (toelatings)procedure voor erkenning moet voorzien in een onafhankelijke beslissing over de toelating bij de eerste beoordeling, of nadat erkenning is geweigerd, in beroep.

Indien de erkenningsregeling aan deze voorwaarden voldoet, zal de regeling normaliter geen mededingingsbeperking in de zin van het kartelverbod opleveren.”